donderdag 23 april 2009

Google Android G1: The Good, The Bad and The Ugly

Ik heb twee weken geleden een Google Android G1 Devphone gekregen, om te testen (hoe zien mobiele sites er eigenlijk uit op deze telefoon) en ook om een beetje te kijken of daar makkelijk applicaties voor te bouwen zijn.

De eerste dagen waren vrij confronterend: ik heb destijds veel tijd gestoken in een productiviteits-systeem rond mijn Palm Treo 680. Ik ben al jaren Palm-fan (dat begon met mijn Vx, toen een Tx en daarna Treo's), en de overstap was flink. En het blijkt weer dat Palm over bepaalde dingen bijzonder goed heeft nagedacht, wat je van andere (smart)phonemakers niet kan zeggen.

The Good
Om met de pluspunten te beginnen: daar zijn er best wel een aantal van. Ik houd van lijstjes, dus bij deze:
  • Multitasking! Het grote geweldige pluspunt van de G1: je kan programma's op de achtergrond draaien, zoals Twitdroid. Krijg je een @reply of een DM: Twidroid gebruikt een notificatie om dat te melden. Je wordt er wel hyper-connected van: ik heb nog nooit zo snel tweets en emails beantwoord :-)
  • Android Market: er zijn redelijk wat apps die je direct vanaf de telefoon kan installeren.
  • GPS werkt prima: er zijn leuke tools voor live tracking en AndNav2 werkt redelijk goed: niet zo goed als TomTom maar het is werkbaar (en gratis!)
  • Het vaste toetsenbord: ik mis wel een soft-keyboard af en toe, maar gewoon knopjes onder je vingers is wel erg lekker (was ook een groot voordeel van de Treo)
  • De ontwikkelomgeving is voor mij als java programmeur een verademing: het is gewoon java en eclipse wat je kan gebruiken. Maar dat is erg smaakgebonden :-)
The Bad
  • Dit soort telefoons hebben allemaal hetzelfde manco: de batterij is na een halve dag intensief gebruik helemaal leeg. Op standby houdt hij het ook niet echt lang uit: dat heeft ook te maken met de achtergrondapplicaties natuurlijk. Maar hij moet 's nachts echt aan de oplader hangen, anders is hij 's ochtends niet bruikbaar.
  • Als hij via USB oplaadt gaat alles goed, maar via de wand-adapter kapt het touchscreen: opladen gaat wel maar de telefoon wordt onbruikbaar. Dat zal vast een weinig voorkomend hardwareprobleem zijn waarbij ik gewoon pech heb, maar ik ben volgens google niet de enige.
  • De camera is vrij slecht: als ik hem vergelijk met foto's die ik uit iPhones zie komen.
  • Je kan pas typen als je de telefoon openschuift: extreen irritant als je snel even (bijvoorbeeld in de auto) een telefoonnummer wilt opzoeken.
  • Het telefoonboek werkt (als je 400 contacten hebt) erg onhandig: je hebt geen groepen, en je kan alleen tekst-zoeken met het keyboard opengeklapt: het werkt gewoon niet intuitief. Ik heb bijvoorbeeld al regelmatig de verkeerde mensen gebeld. Je kan ook geen ringtones aan groepen hangen: iets wat met de Treo erg handig was.
  • Syncen met mijn Mac kan alleen als je enorm handig bent met zelf dingen aan elkaar knutselen (mij is het uiteindelijk gelukt), of als je weer aparte tools koopt. Natuurlijk snap ik dat Google op deze manier Google Calendar en GMail wil promoten, maar voor mij als consument is het erg onhandig.
  • De standaard IMAP-Mail applicatie is erg beperkt: zo kan je geen berichten verplaatsen van map (is toch vrij essentieel in mijn email-flow). Gelukkig is die applicatie al geforked en onder de naam 'K-9' met extra features te downloaden in de Android Market.
  • Je kan apps installeren, maar er zijn er lang niet zo veel als voor de iPhone. Nieuwe innovatieve mobiele apps worden meestal alleen voor de iPhone ontwikkeld, of voor J2ME, maar Android wordt toch nog vaak vergeten.
  • Ik heb op sommige plaatsen (meest irritant: mijn werkplek) hele slechte ontvangst, terwijl mijn Treo geen problemen had met dezelfde SIM. Het ligt dus aan het toestel: blijkbaar minder goede antenne. Dat is toch vrij essentieel voor een telefoon: dat je gebeld kan worden.
The Ugly
Het is jammer, maar ik moet het toch zeggen: hij is echt NIET sexy. Het oog wil ook wat, en het oog wil vooral een iPhone.

Eindoordeel
Tja, ik ben er nog niet echt uit. Mijn vorige telefoon had alleen GPRS, en 3G is wat dat betreft wel een verademing. De Twitter applicatie is erg goed op de G1, notificaties voor Twitter en mail werken perfect, applicaties zoeken en installeren gaat super.

Maar ik erger me ook zo vaak dat ik hem toch niet zou aanbevelen aan vrienden of collega's. Bereikbaar zijn, kunnen syncen, makkelijk kunnen bellen: die onderdelen zijn essentieel en zijn gewoon niet goed genoeg. Nu hopen dat ik mijn G1 snel voor een iPhone mag inruilen :)

maandag 20 april 2009

#TNW 09: That's all folks!

Het was een goed idee om afgelopen weekend niet meer te bloggen en gewoon alles eens een beetje te laten bezinken. Na twee dagen vol indrukken heb ik echt wel even wat tijd nodig om alles weer een beetje in perspectief te plaatsen. En de zondag is daar ook voor bedoeld natuurlijk. Wat is nou blijven hangen van twee dagen?

Twitter
Je kan er niet omheen, Twitter is hot. Als zelfs Andrew Keen er positief over is wie ben ik dan om er terughoudend over te zijn? Voor mezelf en voor de 900 andere bezoekers van de conferentie is het een bijna onmisbare tool geworden: hoe zou je anders een backchannel moeten doen, oftewel realtime met complete onbekenden over de huidige keynote kunnen praten? Tijdens de conferentie begon zelfs Oprah te twitteren, en bereikte de "Ashton vs CNN" twitterstrijd zijn finale.

Maar ik zie nog steeds mijn (overwegend nerdy) vrienden niet twitteren. Mijn zusjes kennen het woord niet eens. En heeft het grote publiek echt de behoefte om in 140 tekens te vertellen dat je met een biertje op de bank naar X-Factor zit te kijken? Volgens mij niet, maar dat betekent niet dat ik geen toekomst in Twitter zie, integendeel: ik denk wel dat het voor een bepaalde doelgroep heel succesvol zal worden. Maar dat zijn wel de soort mensen die naar een conferentie als deze gaan.

Search
Van zowel Yahoo als Google was er een keynote speaker, maar de sprekers hadden een compleet andere insteek. Ricardo Baeza-Yates van Yahoo sprak vooral over verbeteringen in huidige zoekmachines: hoe je beter webpagina's kan analyseren en hoe je beter gebruik kan maken van input van gebruikers voor het bepalen van het beste resultaat. Niet echt baanbrekend: het voelt meer als 'the soon web' dan 'the next web'.

Eigenlijk waren er meerdere Google keynotes: Jeff Jarvis beschreef wat de 'Google-aanpak' betekent: durf producten in Beta uit te brengen, en luister goed naar input van gebruikers. Durf ook je infrastructuur open te zetten: wees een platform en laat gebruikers dat platform naar eigen inzicht gebruiken. Dat kan je volgens mij doorvertalen naar de kleinste sites: als je bijvoorbeeld een nieuwe communitysite bouwt kan je die compleet dichtzetten zodat mensen alleen precies kunnen doen wat jij bedacht hebt. Of je maakt het compleet open en je laat je bezoekers bepalen wat er gebeurd. Dat laatste is 'to googlify your business'. Ook Chris Sacca, ingevlogen als twitter-expert maar ex-google-medewerker, ging hier nog op in rond het ontstaan van Twitter. Ook dat is compleet open ontwikkeld: het gebruik door de gebruikers heeft veel van de functionaliteit laten ontstaan.

De 'echte' Google keynote kwam van Bradley Horowitz, die verantwoordelijk is voor alle Google services behalve search: dus GMail, Google Docs, etc. Dit zijn allemaal cloud-diensten: al je persoonlijke data (documenten, email, etc.) staan op servers van Google en kunnen daar doorzocht worden. Handig natuurlijk: en het kan volgens Bradley allemaal nog handiger naarmate we meer data over onszelf opslaan. Dat gaat zelfs zo ver dat locatie, hartslag, wat je ziet allemaal in je 'lifelog' terecht zou moeten komen. Maar als je je hele leven digitaal vastlegt (waar hij voor pleit), wat zijn dan de privacy consequenties? Ik wil er al helemaal niet over nadenken wat er met een goede aggregatie van die data kan gebeuren.

Web 3.0 heb ik eigenlijk amper gehoord, dus wellicht dat de hype er een beetje vanaf is nu.

Startups
Naar mijn mening waren de startup pitches, net zoals vorig jaar, het leukste onderdeel van de conferentie. Als je me vraagt "wat is je bij gebleven" dan zijn dat niet de grote sprekers, maar dan zijn dat:
  • De geweldige presentatie-tool Prezi
  • Interactief om je heen kijken in video via YellowBird
  • Goed inzicht in je financien krijgen met YuNoo
  • Een virtuele paspop gemodelleerd naar je eigen lichaam, voor online kleding shoppen: MimicMe
  • Als bedrijf met CoTweet ook twitterberichten als contactmomenten managen
  • My Name is E moet ik er wel bij zetten (want hij won de competitie), maar als ik eerlijk ben vind ik het teveel een niche-product.
En verder...
Wat inhoud betreft vond ik Eric A. Meyer (the pope of css) erg aardig: ietwat technisch voor veel mensen, maar hij had een kijk op browserstandaarden die ik erg inspirerend vond. De overige keynotes vond ik wat aan de vage kant: in het verhaal van Matt Mullenberg kon ik geen lijn ontdekken, Nikolai Yaremko was wel geinig maar een hoog "What if ..." gehalte, net zoals bij de afsluitende keynote van Michael J. Brown. Maar al met al: twee dagen vol inspiratie, jammer dat ik niet bij de unConference kon zijn op woensdag. Volgend jaar beter :)

#TNW 09: Michael J. Brown

De laatste keynote van de conferentie: "Spatial Implications of Future Web Development". Ik moet eerlijk zeggen dat nu zelfs na het laten bezinken van deze keynote, ik nog steeds niet goed weet wat ik er over moet schrijven. Het was een compleet ander verhaal dan alle andere sprekers, Michael zei zelf: "I've seen great things so far, but they made me feel like an animal from a different zoo". Een beetje een vreemde eend in de bijt dus, waar ik niet goed raad mee weet.

Het punt wat Michael maakt is dat het web raar genoeg heel 2D, typografisch is ingericht. Als designer zou hij 'cyberspace' ook willen zien als iets waar je net als in 'normal space' doorheen kan bewegen. Zijn vraag is: "How does the web 'feel'?". Hoe zou dan een ruimtelijk internet er uit moeten zien? "What is the experience of the virtually fully immersive environments?".

Michael geeft veel voorbeelden van alternatieve userinterfaces: veel die ik al eens eerder had langs zien komen zoals variaties op Microsoft Surface. Best coole video's, maar wel met een erg hoog Minority Report gehalte. Overigens is dat een film waar hij naar refereerde: de computerinterface daar is erg intuitief, waarom kunnen we dat niet bij onze computers hebben? Onze huidige interactie met het de computer is in essentie een vertaling van een bureau naar een scherm (alle operating systems noemen je lege scherm ook het bureaublad). Ik geef Michael wel gelijk: dat is wel erg plat gedacht, en op die manier moet ons lichaam ons aanpassen aan de vorm van een ding wat al eeuwen bestaat. Nu ik dit (in een vreemde houding zittend) type voel ik in mijn schouders dat dat eigenlijk geen goed idee is.

Hoe dan wel? "We have to make the digital environment conform to our bodies". Dat is dus geen Second Life (wat zowieso nogal een banale representatie geeft van de echte wereld), maar fysiek ook een omgeving die je met je lichaam bedient. De demo die hij geeft is van 'The Cocoon'. Dit is een soort van bol waar alles om je heen een scherm is, en die ook (via bewegingssensoren) je lichaam als input gebruikt. Door bewegingen te maken kan je dus de (virtuele) omgeving om je heen manipuleren.

Het is wel allemaal erg SciFi, en op een gegeven moment hoor ik alleen nog maar "Imagine what ...", "What if ...", en haak ik toch een beetje af. Na twee volle dagen aandachtig luisteren en als een idioot notuleren (en die notulen weer uitwerken) ben ik best leeg. Ik piep er dus net voor het einde tussenuit, en kwam toen in de heerlijke echte realiteit van een stralende zon terecht. Een beetje een rare afsluiter van een verder geweldige conferentie.

zaterdag 18 april 2009

#TNW 09: Twitter ecosystem session

De laatste dag loopt al weer ten einde, en een van de conclusies die je toch wel mag trekken is dat Twitter hot is: zelfs zo hot dat Andrew Keen er fan van is. Daarom nu een sessie onder leiding van Chris Sacca (die gisteren door Keen werd geinterviewd). Het begon met een stuk uitleg van Chris, daarna een Q&A met een aantal twitter-ondernemers. Mijn conclusie staat helemaal onderaan deze blogpost.

Chris begint weer met een mooie zin: "Anybody who claims to know the future and potential of Twitter is either full of bullshit or from the future". Twitter zal groeien, maar volgens hem kan niemand nu nog overzien waar het naar toe zal groeien. Het groeit sneller dan biologische virussen, dus zijn advies: "You'd better be on it, as an individual but definately as a company!".

De kracht van Twitter is dat het zo enorm simpel is, en dat wordt door veel mensen onderschat. Volgens Chris is het veel moeilijker om iets simpels te bouwen dan iets complex. Maar de open API, het feit dat er geen regels zijn en dat mensen er zonder toestemming geweldige tools op bouwen betekenen dat er enorme mogelijkheden zijn om rijk te worden met tools rond twitter. Dat is ook niet erg: juist dat ecosysteem heeft Twitter nodig, sterker nog: dit is niet per ongeluk ontstaan. Chris noemt het: "Bold Humility. When you build great things you start to think your shit doesn't stink. But unregarding how many great people you hire, there are more brilliant people outside your company. This is what we learned at Google: some things we do better than others, but lets admit where we need help. This was built into the DNA of the Twitter company from day 1." (door mij geparafraseerd).

Nog wel een paar woorden van advies rond het persoonlijk gebruik van twitter: denk voordat je tweet. Eigenlijk zou je bij elke tweet moeten denken: heeft het zin dat ik dit deel? Voeg ik iets toe? Bedenk je eens dat je direct communiceert met tientallen, honderden of soms zelfs duizenden mensen. Als je dat als toespraak doet wordt je zenuwachtig en denk je 3x na over alles wat je zegt: doe dat op Twitter ook. Op deze manier bouw je aan je 'personal brand' en je 'authentic identity'. Maar hou het ook luchtig, en daarom sluit hij af met een (enigszins flauwe) grap :-)

Na deze monoloog van Sacca komen er drie Twitter-entrepreneurs het podium op:
Bryan Thatcher (@BryanThatcher) van Empressr
Boris Veldhuijzen van Zanten (@Boris) van Tweetcounter
Nick Halstead (@NickHalstead) van TweetMeme

De Q&A die volgt schrijf ik niet helemaal uit, want er werden veel aanvullingen gemaakt waardoor ik niet altijd recht zou doen aan de sprekers. Maar dit waren de conclusies en hoogtepunten:
  • Het belangrijkste wat Twitter mist is "Love for the API users", zodra Twitter problemen heeft wordt direct de API uitgezet zodat alle services (zoals die van de drie panelleden) gelijk omvallen.
  • Twitter lijkt het besef te missen dat kleine aanpassingen enorme consequenties kunnen hebben: bijvoorbeeld nu met de advertenties voor twitterclients, of de aanbevolen gebruikers. Dat geeft sommigen enorme (oneerlijke?) voorsprong.
  • De grootste angst die men heeft is de beschikbaarheid van Twitter: performance van de search-API bijvoorbeeld.
  • Tweetdeck, Tweetmeme en CoTweet worden als leukste twitter-apps genoemd.
  • De fout die veel bedrijven maken is dat ze uberhaupt Twitter niet gebruiken, of als ze het gebruiken het op een ouderwetse manier: door er bijvoorbeeld alleen een RSS feed in te stoppen.
  • Het 'kopen' van followers (of het adverteren van je twitter account) wordt niet echt als een probleem gezien: je moet het cijfertje 'followers' niet te serieus nemen maar kijken naar de impact die je hebt. Je echte aantal followers is het aantal mensen waar je interactie mee hebt. Het gaat om 'engagement'.
  • "Does twitter kill blogs and newspapers?". Het antwoord is nee: het kan juist voor meer verkeer naar weblogs of sites leiden. Daarnaast zorgt twitter er wel voor dat mensen die een blogpost te lang vinden om te schrijven nu wel hun kennis delen. Wat dat betreft is 140 tekens soms comfortabeler.
  • Op de publieksvraag (via twitter gesteld :)) "What did pownce do wrong that twitter did right?" wordt geantwoord: de API van twitter is 'pure genius, done right the first time'. De API is zo simpel dat zelfs een gemiddelde of slechte programmeur er nog tegenaan kan ontwikkelen. En dat heeft als effect dat er enorm veel applicaties omheen zijn ontstaan. Pownce probeerde er ook te veel features in te bakken: niemand wist meer wat het was. Wederom dus een bewijs dat simpelheid troef is.
Conclusie
Ik denk wel dat je mag zeggen dat Microbloggen een blijvertje is op internet. Twitter heeft hier een enorme voorsprong op andere services, maar ze hebben het ook slim aangepakt. Het is extreem simpel in opzet, en ze laten anderen er tools bovenop bouwen. Voor deze conferentie dacht ik nog dat er misschien een alternatief zou op kunnen staan, maar daar ben ik nu minder zeker van.

Zelf merk ik dat het twitter backchannel van The Next Web er voor zorgde dat deze blog heel veel bezoekers kreeg: zonder twitter had niemand geweten dat het bestond :-). Dat is gelijk een bewijs van de enorme marketing-kracht van Twitter, dus ik ben overtuigd.

De vraag is natuurlijk nog wel steeds: wat wordt de marktpenetratie buiten deze groep early adopters en techno-freaks? Mijn zusjes zitten nog niet op twitter, gaan ze dat ooit doen? Dat is meer een sociale vraag: als blijkt dat alle mensen toch een behoefte hebben om hun mening in korte vorm de wereld in te slingeren, dan is Twitter het platform van de toekomst. Maar die vraag durf ik als simpele informaticus niet te beantwoorden.

#TNW 09: Eric A. Meyer

Voor mijn inner-nerd is er gelukkig ook nog een enigszins (en volgens sommigen op het twitter-backchannel een 'verschrikkelijk') technische keynote. Ik ben en blijf een programmeur natuurlijk. De 'Pope of CSS' Eric Meyer vertelt over de grote redding die Javascript ons brengt in een wereld van browsers die zich niet aan standaarden houden. Hopelijk zorgt deze intro er voor dat je de rest van deze blog ook nog leest :-).

Eric begint met een quote: "How I stopped worrying and learned to love the DOM", en gelijk met een voorbeeld: Youtube. Voor mensen zonder muis zijn flashfilmpjes op internet een ramp: je kan ze niet met het toetsenbord besturen. Nu kan je dat proberen op te lossen door aan Adobe te vragen om hier aanpassingen voor te maken in flash, maar een andere optie is: bouw het zelf met javascript. Eric laat een voorbeeld zien waar een programmeur met wat javascript extra knoppen in HTML toevoegt onder een video, die het mogelijk maakt om met het toetsenbord de video te besturen.

Dit is gelijk de rode draad van de hele keynote: je hebt 2 keuzes. Of je wacht tot dingen opgelost worden in browsers, in flash, of in een webservice door de maker. Of je pakt javascript en je maakt zelf een oplossing. Het is een klassiek "Power to the People" verhaal, met veel goede voorbeelden en een mooie conclusie. Maar eerst de voorbeelden:

1. Fonts
Op het web zijn er geen goede fonts mogelijk: want in essentie kan je alleen fonts gebruiken waarvan je weet dat alle gebruikers ze hebben geinstalleerd op hun PC en dat zijn er bijzonder weinig. Maar de oplossing is er met behulp van javascript: SiFR. Als je javascript aan hebt staan kunnen alle kopteksten vervangen worden door kleine flash-animaties waar mooie fonts in zitten: terwijl mensen zonder javascript de site ook nog steeds kunnen lezen maar dan met een default-font.
Sinds kort is er weer een nieuwe mogelijkheid om hetzelfde te doen zonder flash: TypeFace.js. Zelfde idee, maar het is puur javascript: de fonts worden als het ware getekend in de browser (op het zogenaamde Canvas).
Eric merkt op: "Its all due to the pace of standards advancement: it's slow, we're not getting anywhere. It's a foult of the proess, not the fault of the technology".

2. HTML5 support
Veel oudere browsers snappen niets van HTML5 opmaak: allemaal nieuwe elementen waar de rendering op stuk gaat. Dat is makkelijk met wat javascript te verhelpen: er zijn scripts voor oude Firefox versies, oude Safari versies, oude IE versies. Je kan gewoon HTML5 gebruiken, de javascript libraries zorgen er voor dat het ook in oude browsers correct werkt.

3. Een 3rd person shooter in Javascript
Tegenwoordig zijn javascript engines zo snel dat je zelfs een 3D-omgeving met javascript kan bouwen. Hij noemt de javascript engine die in Webkit 4.0 zit (Squirrelfish), maar ook de engine van Firefox is enorm sneller geworden. Hetzelfde geldt voor die van Google Chrome. De 3D demo bewijst het: niets is gek genoeg om in de browser te doen tegenwoordig.

4. Internet Explorer fixes.
Een van de slechtste browsers ooit gemaakt is IE6, maar gelukkig is er Javascript (Eric raakt toch wel een beetje in jubelstemming inmiddels). Scripts als 'IE7.js' en 'IE8.js' zorgen er voor dat de Internet Explorer browsers zich wat netter aan standaarden houden. Een effect was zelfs dat bij de ontwikkeling van IE7 door de ontwikkelaars van Microsoft gekeken naar deze scripts om de fouten van IE6 te herstellen.

5. Rounded Corners
Een mooie uitbreiding in CSS3, maar er is nog bar weinig browsersupport voor CSS. Maar vrees niet! Javascript comes to the rescue, via 'niftycube.js'.

6. 280Slides
Dit is misschien wel de mooiste showcase. De maker van de online presentatietool 280Slides hebben de software in eerste instantie in Objective-C geschreven. Dat is een "echte" programmeertaal, die ze in zijn geheel hebben vertaald naar javascript: Objective-J. Het feit dat je software die geschreven is voor de desktop ook kan draaien in een webbrowser is toch wel grensverleggend. Maar Google doet dat eigenlijk al een tijdje met Gmail en Gdocs.

7. Plugins
Tegenwoordig kan je met javascript eigenlijk even veel als plugins. Kijk bijvoorbeeld naar alle mashups die gebouwd worden op basis van Google Maps: allemaal in javascript en zonder plugins. Met steeds betere javascript support worden plugins eigenlijk helemaal onnodig: Death of Plugins!

Conclusie
Inmiddels is het wel duidelijk: Eric is een javascript evangelist. Maar hij heeft een heel goed punt: het is zo krachtig dat heel veel andere technieken onnodig maakt, zoals plugins. Maar het maakt het ook mogelijk om elke browser compatible te maken. Maar Eric gaat nog een stap verder: met wat slimme javascript kan je zelf uitbreidingen schrijven op CSS. Stel dat je dit in CSS zou schrijven:

*:contains("the next web") {
font-color: red;
}
h1 {
-my-special-font-effect: true;
background-images: url(a.gif),url(b.gif),url(c.gif);
}

Deze syntax bestaat helemaal niet, maar het schrijven van een javascript library die deze syntax kan interpreteren en uitvoeren (cross-browser!) is helemaal niet zo veel werk. jQuery zit daar al heel dicht bij in de buurt. En dat heeft best grote gevolgen: het betekent dat je niet meer hoeft te wachten tot bepaalde syntax in browsers wordt ondersteund: je bouwt die syntax-support gewoon zelf. Het W3C zou in opzet moeten veranderen en meer als het IETF werken: niet meer opschrijven wat iedereen zou moeten supporten, maar beschrijven wat er in de markt gebruikt wordt. Webstandaarden worden dan niet meer vastgesteld, maar ontstaan vanuit de gebruikers zelf.

Er zijn nog wel een aantal hobbels te nemen: libraries zoals jQuery werken al behoorlijk goed maar gaan nog steeds uit van echte javascript kennis. Maar volgens Eric gaat er ongetwijfeld iemand opstaan die alle building-blocks aan elkaar knoopt en er voor zorgt dat ook CSS-gebruikers de mogelijkheden van jQuery kunnen gaan gebruiken. Alle bouwstenen zijn er: nu is het aan ons website-bouwers om onze eigen webstandaarden te gaan definieren. Want echte vernieuwing moet bottom-up komen: vanuit de mensen die tools ook daadwerkelijk gebruiken. En daarom bedankt Eric vooral het publiek: want wij zijn degene die de toekomst van het web zullen bepalen.

Amen! ;-)

vrijdag 17 april 2009

#TNW 09: Keynote: Bradley Horowitz

De ondertitel van deze keynote is: "A Seamless Web: Bradley Horowitz, Vice President of Product Management for Apps at Google, shares his vision for how Internet users will interact with data, devices and each other in an increasingly seamless online environment.". Wil je mijn conclusie dan moet je direct naar beneden scrollen, het is nogal een lang verhaal.

De keynote begint met de mededeling dat Bradley op een aantal punten zijn verhaal heeft aangepast: naar aanleiding van de keynotes van gisteren (van Jarvis en Keen), maar ook op basis van een boek dat hij in het vliegtuig heeft gelezen: "Year Million - Science at the far edge of knowledge". De vraag die in dat boek behandeld wordt is: hoe ziet de wereld er uit in het jaar 1.000.000? Er van uitgaande dat de mensheid nog bestaat, zijn er wel enorm veel dingen veranderd: van climaat tot populatie, van technologie tot het verschuiven van werelddelen (Australie ligt dan 150km van Azie af). Met dit als inspiratie, en met de enorme discussie over de "Current Web" (google, twitter, kleine verbeteringen zoals realtime search) zegt Bradley: laten we nu eens pauzeren en nadenken over the NEXT web.

Voordat hij begint een klein overzicht wat hij gedaan heeft. Het is een techneut in hart en nieren: begonnen met een informatica studie, master-titel behaald maar halfverwege zijn promotie gestopt en een bedrijf begonnen. De dot-com-bubble meegemaakt, het barsten overleefd, bedrijf verkocht en bij Yahoo aan de slag gegaan. Daar heeft hij Flickr aangekocht, en dat zorgde er voor dat hij binnen Yahoo de mogelijkheid kreeg om mer bedrijven op te kopen: MyBlogLog, Upcoming, Delicious. Maar hij stond ook aan de wieg van het opener maken van Yahoo: met Hackdays, API's, etc. Toen hij wegging bij Yahoo wilde hij investeerder worden, maar er kwam een mogelijkheid om bij Google te werken als: "Vice President of Product Management for Apps". Oftewel: alles wat niet te maken heeft met zoeken en advertenties.

Wat is nou eigenlijk het succes van google? Natuurlijk hebben ze met search een home-run gehad, maar wat is de achterliggende filosofie? Volgens Bradley is dat: Think Big! Gebruik als aanname een omgeving in de toekomst, waar opslag veel goedkoper is, waar bandbreedte nog goedkoper is, waar computer cycles niets meer kosten. Als je zo kijkt wordt alles mogelijk, en ontstaan ideeen als GMail. Start met het begrijpen van de technologische trends, en ontwikkel producten die bij dat toekomstbeeld horen. Think big and change the world.

Nu komen we bij de kern van zijn verhaal: de mogelijkheden die er ontstaan om je hele leven digitaal vast te leggen. 20 jaar geleden waren er freaks die met webcams op hun hoofd liepen, "wearable computers", maar tegenwoordig kunnen we dat soort dingen met onze mobiele telefoon. En we kunnen het niet alleen: we gebruiken het ook. We slaan al enorm veel informatie online op over onszelf, en hij verwacht dat we uiteindelijk alles zullen registreren.

Het verzamelen van al deze data kan op verschillende manieren:
  • Don't ignore the easy stuff: capture in anticipation of usage. Je moet gewoon alles opslaan, misschien dat het later van pas komt. Maar naast alle metadata uit je camera (belichting, tijd, locatie) zou ook je lichamelijke metadata (hartslag en andere biosignalen) moeten worden opgeslagen. Dan kan je de interessante momenten van je dag definieren als de momenten waar je hartslag naar boven ging.
  • Use wetware and software. Gebruik zowel software, maar ook menselijke intelligentie (wetware). Je kan een systeem bouwen dat via allemaal algoritmen honden kan herkennen in foto's, of je kan mensen gewoon foto's laten taggen. Quote: "It only takes a few dedicated curaters to create huge value for the rest of us".
  • Collective intelligence. Kijk ook naar de aggregatie van al deze persoonlijke data. Een grote 'spike' voor een hoop mensen op dezelfde locatie betekent dat er iets interessants gebeurt.
Nu ik deze notities aan het uitwerken ben realiseer ik me wederom (dat is al in een aantal andere keynotes ook langsgekomen) de enorme privacy consequenties. Als je echt alle data van je leven opslaat, en dat valt in de verkeerde handen dan zijn de consequenties niet meer te overzien. Dit is veel meer een filosofische of levensbeschouwelijke vraag dan een technologische: de techniek is er maar wil je het wel inzetten? Of moet leven niet gewoon een ongeorganiseerde en ongeregistreerde chaos zijn? Horowitz gaat daar nog even op in met het voorbeeld van Anne Frank: de persoonlijke dingen die zij heeft opgeschreven blijken van enorme waarde voor onze huidige generatie te zijn. Dus kan je de vraag nu misschien ook (nog) niet beantwoorden? Misschien is het aan de volgende generatie om de waarde van onze opgeslagen lifestreams te beoordelen?

(NB: ik heb expres een aantal andere onderwerpen die hij ook snel behandelde genegeerd, het is al zo'n hak-op-de-tak verhaal)

#TNW 09: Nicolai Yaremko

Hier moet je even goed je aandacht bijhouden, aan de ene kant vanwege het zware accent maar ook vanwege het hoge visionaire gehalte. Nicolai stelt voor: wat als alles in de wereld met het internet verbonden zou zijn? Hij noemt het de 'digital ether', als alles daar op is aangesloten, hoe ziet de wereld er dan uit?

Om dit toe te lichten definieert hij een metafoor: Origami. Kleine kaartjes die 1 tot 5 euro per stuk zouden moeten kosten, op basis van electronisch papier. Deze moeten dan werken 'in the cloud': dus ze hebben een camera, internetverbinding en touch surface, maar geen: GSM module, storage, CPU, active display of batterij. Wat als deze kaartjes overal voor inzetbaar zijn: in de zorg, als businesscards, voor productinformatie. Het kaartje 'ziet' met zijn camera de omgeving, en voegt informatie uit de Digital Ether toe. Oftewel: echte augmented reality.

Het deed me een beetje denken aan de Wikitude applicatie voor mijn G1: je kijkt door de camera en deze applicatie legt er touristisch interessante informatie uit Wikipedia bovenop. Dat is al best cool, maar in de visie van Nicolai moet dit dus veel toegankelijker en breder zijn.

Nicolai beschrijft een mogelijke toekomst, met deze kaartjes als metafoor. Probeer je gewoon eens voor te stellen wat zou kunnen, en hoe je zou willen dat het gaat werken, misschien kan je dat dan tot realiteit maken! Zoals het hoort bij een Visionair :-)

Mijn visie: ik hou wel van deze aanpak. Het is een beetje filosoferen over de oneindige mogelijkheden van de toekomst, zoals Bradley Horowitz (die samenvatting komt later) eerder ook al deed. Dit wordt nooit de praktische toepassing, maar de aanpak helpt wel om tot nieuwe ideeen te komen.